Over de misplaatste focus op minder energie
Peter Storm reageert vandaag op het nieuws (NOS en RTL) dat de steenkoolcentrales in Nederland weer aan zijn gegaan. Er zitten goede punten, maar ook punten waar ik toch even op wil reageren.
Peter begint met het punt dat de steenkoolcentrales zo snel mogelijk moeten sluiten:
Huh?! Kolencentrales? Horen we die niet in ijltempo af te bouwen, want CO2-uitstoot, want klimaat en zo? Jawel, maar nu nog even niet. In 2030 moeten ze dicht, zo is de afspraak nu. Nu hebben we ze nog eventjes nodig. Het klimaat wacht wel, nietwaar? Zomer, 2029, zevende hittegolf in twee maanden, 41 graden in Twente, 43 graden in Goes, 45 graden in Maastricht, prima te doen toch?
Helemaal terecht punt. In Duitsland is het nog een stap erger. In plaats van de bruinkoolcentrales, hebben ze daar juist alle kerncentrales gesloten. Hierdoor blijven de (bruin)koolcentrales open tot en met 2038. Grote kans dat tussen nu en 2038 de wet nog wordt aangepast omdat het toch “echt niet anders kan”. Had deze economische reus het andersom aangepakt, en was ze begonnen met de kolencentrales, had dit véél uitstoot gescheeld.
Terug naar Peter’s commentaar. Hij pleit expliciet voor een radicale terugdringing van ons energiegebruik:
Schone stroom bij gunstige omstandigheden, smerige kolenstroom als het eventjes tegenzit. Zo wordt het niet veel met die energietransitie. Het idee dat je, als je onvoldoende stroom relatief schoon kunt opwekken, de totale energieverbruik zult moeten drukken, is blijkbaar te complex. Energiebehoefte – steeds stijgende energiebehoefte – wordt hier als gegeven gehanteerd, niet als iets wat zelf ook beheerst en teruggedrongen zal moeten worden. En snel.
en
De kernvraag is maar beter niet: hoe komen we aan steeds meer energie? De vraag dient te zijn: hoe dringen we in hoog tempo het totale energieverbruik terug naar een niveau waarin schonere energiebronnen ruimschoots voldoende zijn om de behoefte te dekken? En dan nog flink verder, omdat ook die schonere energiewinning niet zonder belasting van de planeet gebeurt? En hoe doen we dat in het benodigde ijltempo? En, niet onbelangrijk: wie gaat dat doen? Wie?!
Wat Peter voorstelt is een totale afbraak van onze industriële basis, al is hij zich daar wellicht niet van bewust. We gebruiken op dit moment zo’n 130 TWh aan elektriciteit. De helft hiervan komt uit zon en wind. Maar in totaal gebruiken we zo’n 900 TWh aan energie. Denk dan aan industriële proceswarmte, vervoer, etc. Het plan is om veel van deze, nu nog, fossiele energie te elektrificeren en daarmee dus te verschonen. Ik heb in een eerder stuk betoogt dat zon en wind op zichzelf onvoldoende zullen zijn om ons van al die energie te kunnen voorzien. De keuzes zijn, even platgeslagen, deïndustrialisatie of kernenergie.
Peter laat zich kritisch uit over kernenergie. Hij is daar niet heel uitgebreid over, maar we kunnen de welbekende drogredenen wel raden. Interessant genoeg zegt hij ook dit over hernieuwbare energiebronnen:
Want de doelstelling is om veel meer elektriciteit op te wekken met zon en wind, omdat dat geen CO2-uitstoot met zich meebrengt.’ Dat laatste is trouwens niet helemaal waar. De energieopwekking levert geen CO2-uitstoot op, maar bijvoorbeeld de bouw van bijvoorbeeld windmolens – met beton en staal als benodigd materiaal – doet dat wel degelijk. Verder zijn er de grondstoffen voor bijvoorbeeld zonnepanelen, die via mijnbouw wordt verkregen die ook niet gegarandee4rd heel schoon plaatsvindt. Ik zeg het maar eventjes voorzichtig. Zonne- en windenergie zijn schonere energiebronnen, maar helemaal schone energiebronnen zijn het niet.
Terecht punt! Elke energiebron heeft een impact op de planeet, en het is net kernenergie wiens impact een van de laagste is. Dit heeft te maken met het feit dat de energiedichtheid bij kernenergie juist extreem hoog is, waardoor het de laagste uitstoot heeft over haar hele levenscyclus, de laagste toxische en carcinogene impact heeft (bron, zie figure 41 en 42), de kleinste grondstoffenvoetafdruk heeft, de kleinste landvoetafdruk heeft, en het ‘afval’ ook nog een zo is te hergebruiken dat het ons eigenlijk voor altijd van energie zou kunnen voorzien, waardoor we het langdurige radioactiviteitsargument ook nog eens oplossen.
En ja, kerncentrales kunnen prima met warmte omgaan, getuige de Palo Verde kerncentrale die in de woestijn van Arizona wordt gekoeld met schoongemaakt rioolwater. Het is alleen dat we in de jaren ‘70 en ‘80 geen rekening hielden met het concept klimaatverandering. Is dat dan in steen gebeiteld? Nou nee. De Fransen, waar Peter onder meer zo smalend over doet, hebben het in een periode van twintig jaar voor elkaar gekregen om de impact van droge zomers met 90% te verminderen:
France’s river-cooled fleet lost 5.5 terawatt hours (TWh) of output to the 2003 heatwave. By 2022, one of the most severe heat-and-drought summers on record, losses had fallen to 0.5 TWh, a reduction of roughly 90%, as utilities upgraded cooling systems, refined operating practices and scheduled maintenance around periods of extreme heat.
We kunnen ons dus aanpassen, en we zullen ons moeten aanpassen. Peter stelt voor dat we ons aanpassen door, even gechargeerd, enkel de treinen te laten rijden als de wind hard genoeg waait. Ik pleit voor een alomvattende schone energietransitie met zon, wind én kernenergie. Niet alleen in Nederland, waar we inderdaad met wat minder datacenters toe kunnen, maar wereldwijd, want ook Afrika bijvoorbeeld heeft het recht om zich te ontwikkelen. Die industriële ontwikkeling is nu nog voor een groot deel fossiel, het zou goed zijn als we ze kunnen helpen die stap over te slaan.